Gender keuzes, deel 1

Vroeger had ik altijd het idee dat het opvoeden van kinderen een aaneenschakeling was van keuzes die je als ouder maakt. Ik had idealen en principes en vanuit die visie zou ik mijn kinderen gaan opvoeden. Tegenwoordig weet ik beter. Je doet als moeder gewoon maar wat. Natuurlijk heb ik overtuigingen, ideeën en plannen, maar vaak, als het er op neerkomt op dat ene moment, dat doe ik gewoon wat mij op dat moment juist lijkt. Opvoeden vanuit mijn onderbuik gevoel. Ik laat zaken op hun beloop, en dat loopt dan wat hier en kabbelt wat daar en dat vind ik wel prima. Soms erger ik me aan de plek waar de rivier me heen brengt, en dan pas ik het wat aan, maar vaak ook ben ik eigenlijk wel tevreden met dat kabbelende beekje, en heb ik helemaal geen zin en energie om hem te overwegen ergens anders te gaan stromen.

Zwart-wit gender

Met genderzaken dacht ik dat het ook zo zou gaan. In mijn hang naar duidelijkheid en orde in de wereld om mij heen had ik behoorlijke zwart-witte visies op zaken. Er was een bepaald idee dat ik van te voren had over transgenders, en dat was mijn kind niet, dus had ik geen transgenderkind maar een gender creatief kind. Die gingen niet in transitie, hoefden geen andere voornaamwoorden of ooit remmers en hormonen. Mocht het in een eventuele hypothetische fase zo zijn dat mijn kind aan zou gaan geven om toch echt verder te willen als meisje, dan kwam er een moment, een besluit. We zouden dat goed uitvragen en aankijken, en dan zouden we een rolwisseling doen en dat was dan dat. Tot die tijd bleef mijn zoon gewoon een zoon. Dat Diana Ehrensaft het in haar boek en video  over wel een stuk of tien verschillende genderrollen had,  daar had ik geen boodschap aan. Kon je niet ergens alles onderverdelen in transgender (appeltjes), gendercreatief (peren) en zaken ertussenin (fruitsalade)? En om eerlijk te zijn vond ik zelfs de fruitsalade nog te ingewikkeld.

Gender keuzes kosten moeite

Na enig voortkabbelen van het leven later bleken er veel meer grijstinten te zijn in het genderweb dan ik vermoedde. Steeds meer had ik het thuis over ‘de kinderen’  in plaats van over ‘de jongens’. Niet omdat er perse een besluit was gevallen, maar gewoon omdat ‘de jongens’ niet meer helemaal goed voelde. Het project ‘meisje voor een week’ was eigenlijk in de the heat of the moment bedacht, omdat we het erover hadden op de fiets en ik vond dat Sky die ruimte moest krijgen als hij dat zo graag wilde.  Het gesprek met Jurre dat over ‘of’ moest gaan kwam er eigenlijk nooit, en ook de gesprekken over ‘wanneer’ bleven een soort van vaag. Hoe meer ik behoefte scheen te hebben aan een duidelijk besluit op gender gebied hoe minder dat er leek te komen. Misschien was ik ook wel een beetje bang voor enige besluitvorming. Op het moment dat ik actief een keuze zou maken, ‘Dit gaan we doen’, voelt dat als iets heel definitiefs. Bovendien is het dan mijn schuld als later blijkt dat we de verkeerde keuze hebben gemaakt. *) Ik stuurde wederom een enorme mail naar Amerika waarin ik advies vroeg of we ‘dit’ (de sociale transitie van Sky naar meisje) wel moesten doen. Probeer het eens een weekendje uit, was haar advies, misschien haal je daar waardevolle informatie uit of dit écht is wat je kind wil. En hou in gedachten dat het absoluut niet betekent dat je kind niet terug kan (of vooruit, of ergens anders heen, want terug klinkt zo.. nu ja, alsof je niet goed zat), gender is veranderlijk, een web, en niet in steen gegoten. Zolang je luistert naar je kind kan je er niets in fout doen.

Zij zeggen

We gingen thuis vaker ‘zij’ zeggen, en tegen Finnley ‘je zusje’. Niet omdat we er iets over hadden besloten, maar omdat het, nu ja, gewoon zo liep. De genderrivier kabbelde die kant op, en wij dreven vrolijk mee. Over de naam viel geen besluit, en omdat op te lossen zei ik gewoon ‘Sky’, daar kon je je geen buil aan vallen. Daar zouden we later over nadenken, had ik besloten. Vooral niet nu. Wanneer dat ‘later’ precies zou plaats vinden was echter nog wat onduidelijk…

Toch bleef ik ook twijfelen. Zij en Zusje voelden raar en vreemd. Zodra iemand in huis over ‘hij’ begon zat ik weer terug in de mannelijke voornaamwoorden en ergens diep van binnen bleef dat knagende oergevoel zeuren of ik het wel goed deed. Was dit allemaal niet veel te snel? Was ik niet vorig jaar nog in gesprek met een paardrijinstructeur omdat mijn zoon geen meisje genoemd wilde worden en verbeterde hij de badmeester? De genderrivier leek een flinke stroomversnelling te hebben bereikt.

Zomaar ineens toch een keuze

Soms vallen er besluiten zonder dat je doorhebt dat je iets besluit. Er was een incident op school. De juf van de klas van groep 3 had de kinderen op gender ingedeeld om een staafgrafiek te maken. ‘Jongens, stapelen jullie nu eens zoveel blokjes op als er jongetjes zijn, dan doen de meiden daarna hetzelfde.’ Een aantal van de koters, gewend aan en begrijpend naar jongens in jurken toe als ze zijn, vond dat Sky daar bij moest horen. ‘Juf! U vergeet Skylar! Die moet nog mee!’, riep er één. Mijn kind stond verscheurd in de kring. Moest hij nu met de jongens mee? Of blijven zitten met de meiden? Wij hadden tenslotte gezegd dat hij altijd zelf mocht kiezen.. Achteraf was de juf vol begrip, en besprak het met hem. Mijn kind had het vervelend gevonden, maar leek zich snel te herstellen. Ze had het eruit gefloept, vertelde ze mij later, en eenmaal gezegd was het ongedaan maken waarschijnlijk ongemakkelijker geweest dan het zo laten. Maar het was voor ons wel duidelijk dat het tijd werd om iets met school te gaan bespreken. Overigens, wij hebben een hele gave school. De leraren denken met ons mee en staan voor zaken open. Ze doen hun best om zo gender inclusief te zijn als kan, en delen normaal gesproken niet standaard groepjes op geslacht in.

We stuurden een mail naar de juf van de basisklas dat het wat ons betreft  tijd werd om ons kind toe te staan als meisje te leven, en dat we op dat gebied misschien eens een gesprekje met school wilde hebben, en voor we het wisten zat ik op een avond aan de telefoon me iemand van Genderkind en Ouder (GO), de belangenvereniging van ouders van genderkinderen, die aan begeleiding voor scholen doet. Zo gaat dat als je in een bootje op de rivier dobbert. Je appt met je man, zegt ‘zullen we juf maar mailen dan?’ en ineens is er een besluit, een pad, een zijarm van je riviertje waar je op drijft. Of misschien is het wel eerder de hoofdarm, die gewoon breder wordt en harder gaat stromen, de zijarm die jij misschien nog dacht te gaan nemen totaal voorbij druisend.

Het gaat zelfs allemaal zo snel, dat het niet eens allemaal in een blogje past. Daarom ga ik in het volgende stuk verder over ons watertje en waar het heen stroomt. En of ik een vliegende auto nodig heb om het bootje bij te houden.

*) Laten we bovenaan zetten: natuurlijk is dat niet mijn schuld. Maar soms kan het wel zo voelen, en dat belemmert het maken van keuzes. Dit alles impliceert dat er een soort vaststaande keuze is, en dat je die daarna niet meer mag wijzigen. Alsof je voor jaren en jaren een huis kiest en daar nooit meer weg mag, ook niet als er bomen op vallen of orkanen het omwaaien of je gewoon wat groter of kleiner wilt wonen. Maar, zoals ik al eerder schreef gender staat helemaal niet zo vast. Als Sky iets anders wil, later besluit dat jongetje beter bij hem past, of iets haal anders ambieert, dan doen we dat gewoon (Oke, dat ”gewoon” is mogelijk iets waaraan gewerkt kan worden, maar tegen die tijd is dat vast veel gewoner dan nu) en als we er vanuit gaan dat gender veranderlijk is, dan is dat hele keuzegedoe ineens niet zo belangrijk meer. Op papier dus. Gevoelsmatig… Nu ja..

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *