Uit de kast komen bij vriendjes.

Het is Halloween vandaag. In het kader van die geweldige feestdag heb ik besloten dat ik u mag vervelen met heel veel griezelfoto’s van mijn prachtige kinderen. Zeker omdat het dit keer over je echte zelf laten zien gaat, iets waar (zeker in Amerika) Halloween bij uitstek voor geschikt is. En omdat ik verkleden gewoon helemaal te gaaf vind natuurlijk πŸ™‚

Ik zie een patroon verschijnen in mijn gesprekken met de kinderen. Als ik een beetje nadenk over het hoe en waarom van dit patroon denk ik dat ik het ‘het drukke ouders’ patroon kan noemen. Of het ‘volle agenda’ patroon. Of, misschien wel passender, het ‘alleen in de auto heb ik even niets aan mijn hoofd’ patroon. Blijkbaar ben ik op andere momenten in ons leven zo druk met mijn leven dat huishouden heet dan zinnen van kinderen me niet opvallen. De opmerkingen die ze maken vallen weg tegen het ruis van alledag, de ruzie om het monopoly poppetje, de vragen om meer snacks en de rivaliteit om wie vandaag de roze beker mag.

Aandacht voor wat er gezegd wordt

Maar als we in de auto zitten heb ik ineens alle aandacht voor hun gesprekken. Gelukkig zijn onze Nederlandse wegen zelden zo druk dat ik daar mijn volledige hersenen bij moet houden (uche uche.. *) en heb ik dus alle tijd om te luisteren naar wat zich op de achterbank afspeelt. Zo ook op een zonnige herfstmiddag onderweg van de spelotheek naar huis. Op de achterbank bevinden zich Skylanne en Violet, een vriendinnetje uit haar oude klas. Ze genieten samen vol plezier van de zojuist uitgezochte schatten, waaronder een My First Phone van een bekend elektronisch speelgoedmerk. Sky begint vol enthousiasme uit te zoeken hoe het ding werkt en drukt op allerlei knopjes. “Vul hier je naam in”, bliept het apparaat. S-K-Y-L-A-N-N… “Mama, waar zit de è? Ow wacht, ik zie hem al.” Vriendinnetje V. kijkt een beetje gek naar haar speelmaatje.

Uit de kast komen

“Skylanne? Maar je heet toch Skylar?” Soms vertel je zomaar ineens dingen omdat de situatie er naar is. Niet omdat je er van te voren over hebt nagedacht, of omdat het je een handig moment leek, (Als ik hierover had nagedacht had ik uiteraard een moment zonder wielen gekozen. Of dan toch minstens een waarbij ik kan zien hoe de toehoorder reageert.) of zelfs omdat je bedacht hebt dat je het onderwerp ging aanpakken. “Nou”, begin ik, “Sky wil eigenlijk graag Skylanne heten. Omdat Sky zich eigenlijk fijner voelt als meisje.”

“Oh..” Even blijft het stil. “Draagt hij daarom meisjeskleren, zodat ander mensen denken dat hij een meisje is?” Kinderen kunnen van die heerlijke vragen stellen die je totaal niet verwacht. Dat is, als ik überhaupt al iets had verwacht. Als ik dit gepland zou hebben. Wat ik dus niet had. Dus ik moest hier even over nadenken. “Nou.. niet helemaal denk ik. Ik denk dat hij die draagt omdat hij ze leuk vindt. Waarom draag jij blauwe schoenen en geen gele? Sky, wil jij misschien Violet iets vertellen over meisje zijn?” Het leek nu pas tot mijn spruit door te dringen dat we over haar hadden.

Geen zin om te praten

“Mama! We zouden het hier niet meer over hebben!” Ik heb het misschien al eerder genoemd, maar mijn dochter is er vaak absoluut niet van gediend dat we genderzaken bespreken. Sky heeft aangegeven Skylanne te willen, daarmee valt ze in ‘meisjes’ categorie, en daarmee is de kous af, klaar, basta. Het onderwerp ‘gender’ aanroeren betekent dat ze moet nadenken over het eigenlijk-toch-niet-helemaal-meisje-zijn en dat is iets waar ze niet blij van wordt. Dat wij af en toe aangeven dat het, helaas, nu eenmaal iets is waar we af en toe haar mening over willen weten draagt daar niet echt iets aan bij. Zesjarigen hebben een limiet aan hun invoelend vermogen.

“Sky vind het soms moeilijk om het over lastige dingen te hebben.” meld ik Violet. “Maar..” BLIEP. “Kijk! Je kunt berichten krijgen en gebeld worden!” De kinderen buigen zich over hun speelgoed. Wie ben ik ook, dat ik vind dat gesprekken een duidelijk einde moeten hebben? Zij hadden duidelijk niets meer toe te voegen. Misschien moet ik thuis ‘Het lammetje dat een varken is’  voorlezen, bedenk ik me terwijl de deur van de parkeergarage zich tergend langzaam voor me opent. Of dat we even samen een filmpje kijken op YouTube bijvoorbeeld. Nu we toch in deze situatie zitten kan ik er maar beter even een mooie voorlichting van maken, toch?

Soms is ineens de tijd op

Maar zoals dat vaak gaat met mooie plannen, er kwam heel weinig van terecht. Na vijf minuten met limonade en koekjes renden de twee vriendinnen naar buiten om de trampoline onveilig te maken en ging de bel omdat Finnley thuiskwam met het vriendje wat hij op school had opgeduikeld. Tegen de tijd dat ik er weer aan dacht om een momentje te hebben met Sky en Violet had de vader van de laatstgenoemde die al opgehaald en zaten mijn kinderen inmiddels rustig van hun uurtje schermtijd te genieten.

Als ouder blijft je dan achter met de vraag of je dit niet anders had moeten doen. Nu er echter niets meer aan te veranderen was, moest ik dan niet nu nog wat doen? De vader van Violet appen bijvoorbeeld? Ben ik niet veel te vaag geweest? Met welk idee is zij nu thuis gekomen? Wat als zij vragen aan haar ouders gaat stellen en wij hebben ze daar niets over verteld? Of maak ik me weer veel te druk en is dit iets wat ik gewoon op zijn beloop moet laten? Daarbij, stel dat ik ga appen, hoe breng je dat dan? Moet ik dan eigenlijk ‘zij’ zeggen of ‘hij’? En welke naam gebruik ik dan? **)

Thuis een zij en buiten een hij

Ik vind berichten sturen naar vrienden op dit moment sowieso een crime. Omdat we thuis ‘zij’ en ‘haar’ zeggen, maar eigenlijk met iedereen vragen om Skylanne te zeggen wilden wachten tot het op school allemaal geregeld was zit ik nu in een mooie spagaat als het op praten met anderen aankomt. Ik verspring regelmatig halverwege in een gesprek van ‘zij’ naar ‘hij’, of kom er halverwege een appje achter dat ik al zes zinnen ‘haar’ heb gezegd. In het begin dacht ik nog dat dat allemaal wel vol te houden viel. Steeds meer kom ik er echter achter dat ik het eigenlijk heel vervelend vind. Ook voor mijzelf is het steeds maar weer ‘mijn zoon’ zeggen niet heel bevorderlijk voor het wenproces.

’s Avonds bij het eten (Nog zo’n moment waarop veel gesprekken plaatsvinden. Omdat je dan, net als in de auto, veroordeeld bent tot een plek bij elkaar in de buurt leent het zich enorm voor goede conversatie.) vraag ik aan Skylanne wat ze er eigenlijk van vond, dat Violet nu weet dat ze eigenlijk een meisje wil zijn. “Wel fijn”, was haar reactie. “het maakt me wel blij. Maar nu wil ik dat we het er niet meer over hebben hoor!” Misschien is het wel niet zo erg dat we een patroon hebben van gesprekken voeren op rare plekken. Er kómt tenminste een gesprek, en dat is misschien wel het belangrijkste.

 

*) Dat zijn ze natuurlijk wel. Maar wij mensen zijn meesters in patroonherkenning. Bovendien zijn we gewoontedieren met vaak een vast weekschema en rijden daarom meestal dezelfde routes, die onze grijze cellen nauwelijks nog tot nadenken zetten. Zet me middenin Groningen neer waar ik een moeilijk te vinden steegje moet zoeken en ik heb ineens veel minder aandacht voor het grut achterin..

**) Overigens zijn namen vaak veel makkelijker dan je denkt. Vandaag stond er een wandeltrip op het programma met school. Samen met mijn kind en drie klasgenoten winkels tellen in het dorp. Ik riep richting het koprolrek “Skylanne, als je nu niet komt gaan we zonder je weg hoor!” en een klasgenootje reageert “Skylanne?” “Ja”, zeg ik, “thuis zeggen we Skylanne.” “Oh, ja”, zegt hij, “zo wil hij liever heten hè. Omdat hij liever een meisje wil zijn zeker.” En gaat vervolgens naast Sky aan het koprolrek hangen. Klaar. Punt. Einde discussie. Kinderen kunnen dingen zo heerlijk makkelijk begrijpen soms.

1 Shares

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *