Transgenders met spijt – deel 2

“Onze transgenderzoon kwam naar ons toe. ‘Mama, ik wil een stoer meisje zijn.’ We legden hem uit dat hij altijd mag kiezen weer een meisje te zijn. Dan gaat hij twijfelen. ’Ik wil geen borsten, en eigenlijk ook gewoon Jantje blijven heten.’ Wij vinden dat alles mag, maar ik heb het er wel moeilijk mee. En volgens mij… Hij ook.”

Zomaar een stukje verhaal van iemand van een website, die verteld over haar jonge transgenderzoon.

Spijt is iets waar we het niet vaak over hebben, zo heb ik het idee. Maar het is wél iets wat aandacht verdiend. Ten eerste omdat transgenders met spijt er, hoewel weinig, natuurlijk wel zijn. Ik zou mezelf niet zijn als ik niet af en toe wat op tafel zou gooien waar mensen weinig over praten. (Aan tafel zitten met de SGP en het gesprek aangaan over transgender en God lijkt me ook wel wat, nu met niet zo LHBT+ vriendelijke vertaling van de Nashville verklaring , maar ik had nu eenmaal dit stuk eerst beloofd. Dus Kees van de Staaij moet maar even plek houden later in zijn agenda) Ten tweede omdat de angst voor spijt iets is wat veel mensen om transgenders heen dwars kan zitten. En, ten derde, omdat spijt in zijn algemeenheid iets is waar we als mensheid niet graag over praten.

Praten over spijt is moeilijk

Spijt hebben in het algemeen is iets wat we moeilijk vinden om toe te geven. Het lijkt alsof we iets ‘fout’ hebben gedaan als we toegeven dat we spijt hebben. Dan hadden we mogelijk de oorspronkelijke keus niet moeten maken. Ons brein heeft zelfs een manier om die spijt draaglijker te maken. Stel ik koop van geld wat ik eigenlijk moest sparen voor de nieuwe oven allerlei kleren en heb daar later spijt van, dan voel ik me daar rot over. De spanning tussen twee gedachten (“ik had moeten sparen”versus “ik heb nieuwe kleren gekocht”), die met een mooi woord  cognitieve dissonantie heet wil ik oplossen. Dat doe ik door gedachten te hebben als “Maar de kleren waren nú in de aanbieding. Als ik ze niet nu gekocht had waren ze weg geweest.” En “Toen ik student was had ik ook geen oven. Ik kan nog wel even zonder.” We praten voor onszelf goed wat we gedaan hebben.

Spijt bij transgenders heeft daarbij ook nog een heel andere lading. Enkele blogjes terug had ik het over de mate van ongemak die een die een transgender persoon met zijn eigen lijf kan ervaren, en hoe ook dat soms gevoelig kan liggen in de transwereld. De vraag ‘Am I trans enough?’ heeft behoorlijk wat hits op google, en is de titel van nogal wat blogjes en artikelen. Dit stripje maakt al een hoop duidelijk. Spijt en twijfel lijkt vaak niet te gaan over wat iemand zelf vindt, maar over wat de omgeving vindt.

We willen geen spijt

Het genderteam van het ziekenhuis wil bijvoorbeeld zeker weten dat iemand geen spijt krijgt voordat ze de onherroepelijke stem veranderende hormonen voorschrijven, en legt de transgender in kwestie langs een batterij vragenlijsten om te bepalen of iemand het echt wel zeker weet. De moeder van een genderkind wil niet dat haar kind last krijgt van pesters op de middelbare school en vraagt daarom voor de honderdste keer of haar dochter niet gewoon lesbisch is in plaats van zich jongetje te voelen. Familie van de transvrouw maakt zich zorgen over de reacties die ze op haar werk zal krijgen en vraagt keer op keer of die hormonen wel écht zijn wat ze wil. En dan heb ik het alleen over de goedbedoelde reacties. Helaas zijn er ook mensen die de kans op spijt misbruiken om transgenders iet te accepteren voor wie ze zijn. Soms komen er vanuit de trans community zelf reacties op de spijtoptanten, die dus duidelijk niet ‘trans’ genoeg waren om mee te beginnen. Er is dus nogal wat druk op de transgender om héél zeker te zijn van zijn zaak.

Twijfel vs spijt

Heel veel transmensen hebben overigens wel degelijk twijfels. Er wordt getwijfeld of er met hormonen begonnen kan worden. Gedacht of de risico’s van een operatie afwegen tegen de voordelen, of het belangrijk is om nu eerst die eitjes te laten invriezen voor het geval je later kinderen wilt, of je je kind wel of niet een sociale transitie moet laten doormaken. Er is inmense twijfel of er wel niet uit de kast geklommen moet worden. Ben ik wel transgender? Is dit echt wel wat ik voel? Ben ik niet als homo ook gelukkig?

Maar twijfel is niet hetzelfde als spijt. Twijfelen over wat je moet doen hoort bij het maken van een keuze. Het zou gek zijn als we niet alle voors en tegens af zouden wegen voordat we een huis zouden kopen, of die dure auto. Waarom zien we twijfel bij transgenders dan als iets onwenselijks? Zodra een genderkind begint over twijfel denken wij meteen dat hij geen meisje meer wil worden. Als de transman in de spreekkamer van de dokter uitspreekt de operatie niet te willen, is hij dan nog wel man genoeg voor de hormone . Zijn twijfels niet gewoon onderdeel van het proces, en eigenlijk heel normaal?

Soorten van spijt.

Terug naar spijt. Mijn idee om het over spijt te gaan hebben kwam door dit artikel wat ik van de zomer las.

Het maakt dat ik na ga denken over soorten van spijt. Want ergens heb ik het idee dat de medische wereld alle soorten van spijt als hetzelfde classificeert, namelijk mensen die een verkeerde keuze hebben gemaakt. Terwijl ik zelf, als ik een beetje ga googlen en verhalen lees van ‘detransitioners’ , meer het idee heb dat er verschillende soorten van spijt lijken te zijn.

Zo heb je mensen die er na een tijdje achter komen dat leven als het andere geslacht ze toch niet oplevert wat ze dachten dat het ze zou opleveren. Daarbij komt dat je geluk in je wensgeslacht nogal kan afhangen van hoe goed je door kunt gaan voor dat andere geslacht. Met andere woorden, als je als volwassen man van 1.92 verder wilt als vrouw, dan loop je in het dagelijks leven tegen veel meer problemen en vooroordelen aan dan als je dat als 12 jarige had gedaan en er veel vrouwelijker uitziet. De samenleving is wat dat aangaat helaas nog heel binair ingericht, en de gemiddelde volwassen transvrouw heeft een spaarpot vol kwartjes van alle keren dat bedrijven haar telefonisch met ‘meneer’ blijven aanspreken. Dat kan een reden zijn om af te willen stappen van het leven als vrouw, en toch weer terug te willen naar je leven als man. Er lijken ook veel meer verhalen te zijn van transvrouwen met spijt dan van transmannen met spijt, waardoor het aannemelijk wordt dat hoe de samenleving op je regeert er een grote rol in kan spelen.

Non- binair

Ook kan het zijn dat je er gaandeweg je proces achterkomt dat je non-binair bent. In onze mooi in twee stukjes gehakte westerse wereld waar we óf man óf vrouw moeten zijn had je mogelijk van te voren niet eens weet van de mogelijkheid tot je genderfluid voelen, of agender. Soms kan uit de kast komen zo’n openbaring zijn (“Dát is het! Ik ben gewoon helemaal geen jongetje!”) dat open staan voor de optie om iets ertussenin te kunnen zijn helemaal niet bij iemand opkomt. Mogelijk is de spijt die iemand voelt bij zich toch niet helemaal vrouw voelen eerder een deel van de zoektocht naar iemands gender, zoals Mykki Blanco die ik vorig jaar zag in het programma Geslacht!, en die er na een aantal jaar leven als vrouw achter kwam zich non-binair te voelen.

Misschien heb je niet spijt van de transitie an sich, maar wel van een deel ervan. Mogelijk had jij het gevoel dat die vagina echt weg moest omdat je anders niet als man kon leven, en kwam je er na de operatie achter dat je op seksueel gebied echt iets mist en bovendien toch graag je eigen kinderen had willen krijgen nu je meer zwangere transmannen op tv ziet. Achteraf heb je het gevoel dat je mét vagina ook best een prima man zou zijn geweest.

Dan is het ook nog mogelijk dat je er ergens in je proces achterkomt dat je ongelukkige gevoel over je eigen gender helemaal niet komt omdat je je echt transgender voelt. Bijvoorbeeld omdat andere psychische problemen je erg in de weg zitten, zoals het geval leek bij Patrick in de aflevering van Zembla. Mogelijk ben je als kind enorm gepest als meisje, en was jouw idee dat je als jongen beter af zou zijn. Het zou kunnen dat als je echt gaat onderzoeken hoe je je voelt bij je wens om in transitie te gaan, blijkt dat je gevoelens ergens anders uit voortkomen.

Hoe voorkom je spijt

Wat na de Zembla uitzending erg bleef hangen is het idee dat we met z’n allen spijt moeten voorkomen. Ik denk dat dat niet altijd kan. Ik denk dat er, helaas, altijd een aantal mensen zullen blijven die spijt krijgen. Maar, het zijn er niet heel veel. Onderzoek geeft cijfers op van rond de 2%. Stel nou dat dat een ruim gemeten cijfer is, omdat niet iedereen met spijt erover wil praten. Stel we maken er 5% van, dan hebben we nog steeds 95% van de transgender personen die wél tevreden zijn met hun transitie. Dat is eigenlijk een best heel hoog cijfer. Voor het ongemak dat in het verkeerde lijf zitten met zich meebrengt is in transitie gaan dus eigenlijk best een goede oplossing.

Wat wél belangrijk is, is dat je jezelf de tijd gunt om te kijken waar je gevoel vandaan komt. (Overigens, voor de naasten onder ons: de gemiddelde transgender heeft hier mogelijk al járen over zitten tobben voor hij uit de kast kwam. Dat de rest het nu pas weet, wil niet zeggen dat iemand het zelf niet goed weet)  Maar wat ik denk dat het meeste helpt, is als we afstappen van het idee dat de samenleving maar twee keuzes heeft. Door die keuzes dwingen we mensen om van het ene hokje naar het andere hokje over te stappen. Als we dan ook nog wat vloeiender en liever omgaan met mensen die niet in de hokjes passen zoals wij die bedacht hebben, dan hebben we meteen alle spijthebbenden getackeld die moeite hebben met de reacties van de buitenwereld.

Conclusie

Gender is geen punt, waarvan je als transgender van het ene uiterste naar het andere uiterste moet navigeren. Het is een web, en waar je ook zit, je kan het niet fout doen. Er bestaat niet zoiets als ‘trans genoeg’ zijn, omdat je goed bent zoals je bent. Zolang we onze (gender)kinderen meegeven dat je goed bent zoals je bent, komen we denk ik al een heel eind.

16 Shares

One thought on “Transgenders met spijt – deel 2”

  1. Wat een fijn artikel! Jammer dat je zelfs als transgender ook nog in een hokje geplaatst kan worden als ‘niet trans genoeg’. Verdrietig vind ik dat. Ik denk dat iedere transgender juist kan herkennen in wat voor moeilijke en lastige fase je al überhaupt zit. En zo praat je elkander er nog een extra onnodige ‘trauma’ aan. In plaats van er voor elkaar zijn en begrip tonen. En zeggen dat het er niet toe. Dat er geen gradaties zijn, lijkt mij, van hoeveel transgender je bent.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *