Wachtlijsten in de transgenderzorg

 

Vorige week ging het in de media over de wachtlijsten voor transgenderzorg. De wachttijden ware al een tijdje behoorlijk lang, maar nu zouden de wachttijden bij de genderpoli van het VUmc oplopen naar anderhalf jaar voor kinderen en jongeren, en tot wel twee jaar bij volwassenen. Belangenorganisaties voor transgenders, zoals Transvisie en Transgender Netwerk Nederland  trokken aan de bel , iemand uit de lotgenotengroep van ouders van genderkinderen sprak met Hart van Nederland, er werden kamervragen gesteld. Toen ik alle postjes op mijn tijdlijn voorbij zag komen voelde ik me echter vooral een beetje opgelucht. Wat was ik blij dat Sky nog zo jong was en wij al bij het VU begonnen waren! Wij hadden niet zo heel veel last van de wachtlijsten in de transgenderzorg. Maar ik wil er toch wat over kwijt.

De wachtlijsten in de transgenderzorg zijn te lang

Laat ik eerst even zeggen dat ik dit stuk niet echt meer veel woorden wil wijden aan hoe naar die lange wachtlijsten zijn. Er is al heel veel gezegd en geschreven over het mogelijke effect van de wachttijden op toch al kwetsbare transgenders, de verhoogde kans op zelfmoordpogingen, de depressie en andere narigheden als je puberkind de borsten gaat ontwikkelen die het zo verafschuwd. Ik heb het hier ook al eerder gehad over het gebrek wat het VUmc naar mijn mening laat zien in het begeleiden van de mensen die op die wachtlijst staan. Geen doorverwijzing of adviezen wat er in de tussentijd kan gebeuren, of waar je een psycholoog kunt opzoeken voor je net uit de kast geklommen maar nu in de put geraakte kind. In plaats daarvan stuurde de genderpoli alle ouders van genderkinderen op de wachtlijst een brief dat ze nu helemaal geen uitspraak meer kunnen doen over hoe lang de wachttijd precies gaat zijn. Overigens, heb je een genderkind op die wachtlijst (of ben je een transgender op die lijst), ga vooral klagen, graag officieel met een klachten formulier ook (zoals gezegd schreef ik hier iets over klagen bij het VU), bel je verzekering voor officiële wachttijddemiddeling, en kijk op de site van TNN of Transvisie waar er in de tussentijd psychologen te vinden zijn om de schade wat te beperken.

Hoe begon dit allemaal

Waar mijn gedachten vooral heen stuiterden na het lezen van deze berichten is hoe we hier eigenlijk gekomen zijn. Waarom ging ik eigenlijk ooit hulp zoeken? Ik weet nog dat het ooit begon met een boek. Nu ja, eigenlijk begon het met de schoolarts. Sky was vier en een blije kleuter in roze en rokjes. We waren van een driejarige die een prinsessenjurk wilde redelijk moeiteloos overgestapt naar een vierjarige die zowel in jurken als broeken naar school ging. De juf pakte het goed op, de kinderen op school pakten het goed op, en we hadden een gelukkig kind. Maar toch had ik stuiterende gedachten. Want ook al vond ik met heel mijn hart dat jongetjes in jurken de normaalste zaak van de wereld zouden moeten zijn, de praktijk was toch dat dat niet altijd het geval is. Toch wel vervelend eigenlijk dat ik daar met niemand over kon praten. Aan iemand je ei kwijt kunnen over hoe irritant het is om onderbroeken te vinden waar piemeltjes in passen maar die wel roze bloemetjes hebben bijvoorbeeld. Toen de schoolarts bij de routine controle (Zij die kinderen hebben kennen dat wel, dat je kleuter met de plastic bril op gaatjes in cirkels moet aanwijzen, in rode cirkels groene getallen moet zoeken om kleurenblindheid te testen en de arts je kind qua gewicht en lengte in een grafiekje van gemiddelde kinderen gaat zetten.) zei dat wel 10% van de kleuters wel eens gedragingen vertonen die bij het andere geslacht horen *) kwam bij mij de gedachte op: “Waarom lees ik daar dan niets over? Er moeten toch boeken zijn van jongens in roze tutu’s?”

Gender non conforming kind?

Dan komt het moment dat je wil gaan googlen. En er achterkomt dat je eigenlijk niet zo goed weet waar je op googlen moet. Toen ik zocht op “jongens in een jurk” kreeg ik vooral artikelen van ouders die zich zorgen maakten omdat hun zoon de jurken van zijn zusje droeg en waneer de roze fase eens zou ophouden. Een behoorlijk aantal kopjes Earl Grey later had ik én een naam voor het gedrag van mijn kind én een boek van iemand die net zo’n kind had als de mijne. Mijn kind was gender non conforming, wat zoveel betekende als dat Sky zich niet wilde conformeren aan het gender wat ze **) bij de geboorte had gekregen. Nu kwam we ergens. Nu kon ik boeken gaan lezen en ouders vinden om mijn ei op los te laten. Nu ja… Engelse boeken en Engelse ouders. Ik las het boek in één ruk uit en bestelde meteen maar wat prentenboeken die ik mét mijn kind kon lezen. Er was wel een tekort aan Nederlandse boeken zeg. Of aan Nederlandse bloggers en andere ouders die online hun verhalen spuwden. Moest ik niet zelf wat beginnen? Ik had vroeger vrij actief geblogd, en miste het schrijven eigenlijk wel een beetje. Was dit niet gewoon het universum dat me vertelde dat het tijd werd om mijn pen weer op te pakken?

Dobberen op de genderrivier

Ik hakte een knoop door en begon mijn blog. Daarnaast vond het forum van GO, de Genderkind en Ouder groep van Transvisie. Er zou een kindermiddag komen. Aldaar vond ik andere ouders van genderkinderen, en kwam mijn eerste gedachte op over hulp. Niet dat wij het gevoel hadden die hulp echt nodig te hebben in het begeleiden van Sky, maar gezien de wachtlijsten in de transgenderzorg was het aanmelden misschien geen overbodige luxe. Ik wikte en woog, en meldde ons aan bij het VUmc.

In de tussentijd dobberden wij verder op de gender rivier en stroomden daar waar Sky ons heenbracht. We pikten onderweg een badpak  op, Finnley kreeg zijn eerste jurk en onze Skylar werd Skylanne. In ons kano’tje roeiden we achter ons kind aan die op de gender rivier besloot waar we heen gingen. ***) Al dobberend groeiden we met onze kinderen mee. Inmiddels kom ik fluitend thuis met een glittershirt voor Finn, liefst met een kat of een tijger erop, omdat ik weet dat hij dat leuk vind. Ik heb kennis opgedaan welke winkels boven maat 140 nog leuke shirts en jurkjes verkopen (dat idee toch dat bijna-tienerkinderen geen vrolijke kleuren meer willen..) en gedachten als ‘Ze speelt voetbal! Zou ze weer een jongetje willen zijn? Heb ik wel de juiste keuze gemaakt?!’ komen steeds minder vaak voor dan eerst. (Nu ja.. elke ouder heeft volgens mij tonnen aan ‘doe ik het wel goed’ gedachten, dus ik ook, maar daar kan ik volgens mij bijna een heel nieuw blogje aan wijden.)

Wij hebben de tijd

Wat ik dus zeggen wil, is dat wij de luxe positie hebben om een heel jong genderkind te hebben. Een kind bovendien, die niet bovenmatig problemen lijkt te hebben met haar transgenderheid. Wij hebben de tijd. Tijd om te wachten, tijd om te kijken of Skylanne als ze ouder is ook nog tevreden is als het meisje wat ze nu voelt dat ze is, tijd zat om tegen de tijd dat die tijd daar is ons opnieuw aan te melden bij het VU om te kijken naar puberteitsremmers. Zoveel tijd, kortom, dat het tijd wordt om te stoppen met zoveel tijd in één alinea te stoppen.

Niet iedereen heeft die luxe. Voor die genderkinderen en de volwassen transgenders moeten we nadenken hoe we omgaan met de wachttijden. Want zeg nou zelf, hoeveel andere arsten en hulpverleners bieden zorg waar je eerst twee jaar voor op de wachtlijst moet? Er staan ménsen op die lijst, en sommige van die mensen lijden en hebben hulp echt nu nodig. Toch wel een beetje een noodkreet aan die wachtlijsten in de transgenderzorg dan dus, dit blogje.

 

*) “Gedragingen die bij het andere geslacht horen?” Cross gender behaviour, noemen ze dat, of Cross gender dressing. Ik vond het toen ook al een hele rare zin, alsof er bepaald gedrag is dat enkel en alleen is voorbehouden aan een bepaald geslacht. Maar dat is een heel ander verhaal.

**) Als ik over het verleden praat zeg ik inmiddels meestal “ze”, maar hier moest ik toch even over nadenken. Is het zo wel duidelijk genoeg? Impliceer ik met deze zin niet dat ik een kind met een vagina heb wat zich niet aan meisjesgendernormen wilde conformeren? Misschien moest ik de voornaamwoorden loslaten en het in het midden houden. Nadat ik op die manier zes keer “Sky” en vier keer “mijn kind” in één alinea had geschreven besloot ik dat dit de leesbaarheid niet ten goede kwam. Toch maar “ze” dan, met het idee dat ze dat mogelijk altijd al was, maar wij het gewoon nog niet wisten.

***) Alleen op de genderrivier! De meest gehoorde opmerking als ik met andere ouders op het schoolplein sprak over mijn rokken dragende (toen nog) zoon was toch wel “Die van mij wil ook elke dag zijn spiderman pak aan en op de tablet, maar dat mag hij ook niet.” Wij hebben thuis regels voor schermtijd (maximal 1 uur), over bedtijd (Sky 7 uur, Finn tegen achten), hoeveel er gesnoept wordt (‘s ochtends fruit als tussendoortje), dat je bruine boterhammen moet eten, minstens drie happen van je avondeten naar binnen schuift voor je toetje mag en dat je bij het buitenspelen in de zandhoop laarzen en een oude broek aan moet. Maar als het gaat over hun gender, hoe ze voelen dat ze zijn, of wat voor kleren ze aan willen naar school, dat is hun keuze. (Nu ja.. laten we zeggen dat ik mogelijk, zo af en toe, eventueel,  enige druk uitoefen als het op het matchen van die kleding aankomt. Maar dat is dan ook alles)

 

17 Shares

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *